Rohan is mijn eerste bordercollie. In mijn enthousiasme heb ik hem heel snel de status ‘allerliefste bordercollie’ gegeven. Te snel. Want toen kwam Toff. Die werd de ‘allertofste’ en daarmee was het opgelost, leek mij. Maar Rohan was er niet gerust op. Dan maar zoeken naar erkenning buiten het gezin, dacht ie.
Met een ontwapenende kwispel deponeert hij daarom stokjes, dennenappels of wat hij maar kan vinden voor de voeten van bezoek, nietsvermoedende wandelaars of fietsers. En het ergste? Het werkt. Zonder uitzondering gooit iedereen het stokje weg. En dat is verslavend. Langzaam verandert hij in een junk op zoek naar zijn volgende dopamine-hit. Inmiddels is hij geëvolueerd tot doorgewinterde boef die elke grens weet te overbruggen op zoek naar een score. Zelfs een hoog hek of dichte haag houdt hem niet meer tegen.
Laatst kneep Rohan tijdens ons avondrondje er weer tussen uit. Dit keer naar de manege 500m verderop. Het gaf hem de meest fantastische high tot dan toe. Want ze hielden het niet alleen bij stokjes weggooien. Nee, ze haalden deze delinquent zelfs naar binnen en gaven hem nog een avondmaaltijd toe. Zijn tweede. Wat mij betreft had het zijn laatste mogen zijn. Lag hij daar met volle buik lekker warm en veilig te slapen in andermans keuken, terwijl ik de halve nacht met groeiende wanhoop buiten in het pikkedonker rondreed op zoek naar mijn vermiste hond.
Hoog tijd voor een interventie en zero-tolerance-beleid. Dus met een gps-tracker om zijn nek en een streng aanlijnbeleid staat hij nu onder penitentiair toezicht. Het is maar de vraag of hij voldoende kan rehabiliteren om zijn oude titel terug te krijgen. Want hij is een recidivist. Elke keer dat ik hem aankijk, zet hij zijn meest onschuldige blik op en gebeurt het weer. Maar in plaats van te scoren, steelt hij nu. Voorlopig zit hij dus – aangelijnd – zijn straf uit onder het vonnis: mijn hartendief.
Verschenen in Border Collie Nieuws, nummer 254 – 2026
