Fluitje

Ik heb een motorisch probleem. Ik kan niet fluiten.
Gênant, want het begon allemaal zo veelbelovend met schapendrijven. Ik deed voor de lol met Tara, mijn schotse collie, een aanlegtest. Ze bleek warempel wat te kunnen. Vanaf dat moment ging het als vanzelf. Eerst de eigen schapen, toen de tweede hond. Dat moest natuurlijk wel een border collie worden. En zo trippelde puppy Rohan mijn leven in. Bij de schapen bleek hij bepaald geen makkie, althans niet voor mij als handler. Tijd voor een derde hond. Dit keer dacht ik slim te zijn en een volwassen, getrainde hond te kopen. Eentje met een zacht karakter en die al op fluitsignalen stond.

Dat werd Toff. Eindelijk een hond die graag wilde samenwerken en die me de gelegenheid gaf om de schapen te leren lezen. De afstanden waarop we konden werken werden steeds groter en wedstrijden werden steeds reëler. Tot ik mijn motorische afwijking ontdekte. Hoe ik ook probeer en oefen, nou ja, spetter en spuug, het lukt me niet om consistent vaste signalen uit dat ellendig stukje metaal te krijgen.

Ik probeer me voor te stellen hoe het voor Toff moet zijn. De ene keer hoort hij comebye, de andere keer kommieee. Kommieee? Bedoel je kom hier? Nee! Kombiiiaai. Oh, comebye. Ik spetter pppfWèeeoo. Klinkt als Away, denkt Toff en buigt braaf naar rechts. Nee, stop! Ik bedoel fwawo. Huh? Nog een keer proberen dan… fpfpwpwakkon. Ah, die ken ik, walk-on.

De arme hond doet zo zijn best. Hij had zijn zinnen al gezet op échte wedstrijden. Geef hem eens ongelijk. Hij heeft een gedegen basis, woont nu in een bordercolliewalhalla met schapen en heeft een enthousiast baasje. Maar datzelfde enthousiaste baasje mist een essentiële vaardigheid in het schapendrijf-repetoire. Dus die succesvolle wedstrijdcarrière, daar kan Toff naar fluiten.
Tja, hij wel.

Verschenen in Border Collie Nieuws, nummer 253 – 2026